1821-1845

Het begin

Drieske Houben werd 11 december 1821 in Munstergeleen geboren als zoon van Peter Houben en Anna Luyten. Zijn vader schreef in zijn kerkboek: “Johannes Andreas Houben ist Mensch geworden den 11. Dezember in het Jahr 1821. Gott lof und dank”. Hij was hun vierde kind.
De bescheiden, wat verlegen jongen groeide op in het molenaarsgezin, dat in de loop van de jaren werd uitgebreid met nog eens 7 kinderen.

Godsvruchtig

Hij bezocht de lagere school in het dorp en ging al jong met zijn ouders mee naar de dorpskerk. Later zou hij misdienaar worden. Terwijl zijn klasgenootjes buiten speelden, zat de kleine Andries dikwijls in de kerk te bidden. Toen hij 13 jaar was, deed hij zijn eerste Heilige communie en een paar maanden later –op 28 juni 1835- werd hij door de bisschop van Luik, mgr. van Bommel- gevormd.

College Kallen

Na zijn lagere school ging hij te voet naar het college in Sittard. Hij had moeite om mee te komen. Vooral het Latijn kostte hem veel hoofdbrekens. Omdat hij door de drukte van het grote gezin zich thuis niet goed kon concentreren, ging hij met zijn zus Sibylla bij zijn oom, Peter Luyten, wonen. Een paar jaar later kwam ook de kapelaan daar in huis.

Militaire dienst

Andries werd ingeloot voor militaire dienst en ging op 9 juli 1841 naar zijn regiment in het Markiezenhof te Bergen op Zoom. In de kazerne trof hij Antonius Raaymakers die hem eens vertelde, dat er ergens in België een nieuw klooster was gekomen van paters die een bijzondere verering van Jezus’ lijden preekten. Dat sprak hem heel erg aan. Het zou een wending geven aan zijn leven. Zijn vader vond iemand (een remplaçant) die tegen betaling voor Andries de militaire dienst zou vervullen. Na drie maanden kon hij weer naar huis, al bleef hij nog reservist.

Naar het klooster

Inmiddels was het college van Sittard echter opgeheven. Gelukkig was kapelaan Göbbels in de gelegenheid om hem bij zijn studie en huiswerk te helpen. Daarnaast vond hij in de heer Schrijen uit Broeksittard een buitengewoon leraar en een vriend. 19 januari 1844 overleed zijn moeder, pas 52 jaar oud. 18 februari werd hij definitief uit de militaire dienst ontslagen. Dat bood hem de mogelijkheid om contact op te nemen met het Passionistenklooster in Ere om daar aangenomen te worden. Op 5 november 1845 verliet hij Munstergeleen voorgoed om zich aan te melden bij de Passionisten.